Kindia, 24 juni 2016


Ziekenhuis bezoek


Gisteren ben ik in het ziekenhuis op bezoek geweest bij het eerste kindje van een docent. Een baby'tje van zes maanden, zwaar ondervoed. Het huilde steeds zachtjes, klaaglijk, en zijn jonge moeder keek er naar en wist niet wat te doen.

De jonge vrouw was naar het dorp van haar moeder gegaan om te bevallen. Voordat ze de terugreis maakte naar haar echtgenoot, werd het kindje ziek.

In de wijde omtrek is er geen ziekenhuis en de gezondheidspost bevindt zich enkele dorpen kilometers verder, dus heeft zich in het dorp een kruidendokter, een charlatan gevestigd.

De jonge moeder wist niet wat te doen met het zieke kindje. Haar eerste kind, onzeker, niet wetend hoe of wat en haar moeder gaf geen advies, maar eigende zich het kind toe.

En nam hem steeds mee naar de charlatan.

De vader heeft maanden later, met heel veel moeite, zijn vrouw kunnen overhalen het zieke kind mee te nemen naar hier, de stad waar het regionale ziekenhuis is.

Bijna te laat want, zoals hij tegen ons zei: “ Ik zag niet mijn zoontje, maar een skelet met huid er om heen ”.


Er is in het ziekenhuis een kinderarts; aangewezen als verantwoordelijke voor Unicef voor de ondervoede kinderen. Ze hebben er verschillende soorten speciale bijvoeding.

Omdat ik toch niet al te veel vertrouwen heb dat het kindje de juiste zorg krijgt, (wijs geworden uit ervaring) gingen we op bezoek in het ziekenhuis.

Inderdaad, de moeder had een blik babyvoeding gekregen -Nestlé, kindjes eerste papje of zoiets - maar ze had geen enkele maatbeker om de juiste hoeveelheid af te meten, of ook zelfs maar een flesje. Ze voerde haar baby met een lepel. Het kindje gaf regelmatig over.

Ik heb de kinderarts aangesproken en, inderdaad, hij had geen voorraad juiste voeding meer. Ondervoede kinderen krijgen eerst licht voedsel om het lichaam weer aan eten te laten wennen, en pas daarna krachtvoer; pap met toegevoegde waarde. Dit baby'tje had meteen het krachtvoer gekregen bij gebrek aan de juiste pap. De moeder had al lang geen melk meer, sinds haar moeder het kindje van haar had overgenomen.

Om de arts maar niet te frustreren (waardoor hij zich juist niet meer met het kindje bezig zou houden) heb ik zoete broodjes gebakken en hem gevraagd wanneer het juiste voedsel komen zou. Ter plaatse heeft hij de verantwoordelijke in de hoofdstad gebeld en gevraagd om voorraad. In deze maatschappij waar van alles een tekort is, krijgen alleen mensen die een relatie hebben met de verantwoordelijke, de juiste hulp of product.

Ik heb de vader een fles laten kopen en de arts gevraagd de vader uit te leggen welke verhouding water en pap gegeven moet worden.


Ik ben geen verpleegkundige, maar ben wel moeder en dan kan ik me zóó machteloos voelen.

De kansen die mijn zoon gehad heeft omdat hij in Nederland geboren is, tegenover dit kindje, vrijwel kansloos want geboren in een dorpje, ver van een ziekenhuis, met een analfabete oma en moeder, genadeloos overgeleverd aan een charlatan.


Dan ben ik altijd maar weer blij dat we een school runnen, waar we juist de meisjes veel kansen geven, om ons steentje bij te dragen aan hun toekomstige gezondheid. Zodat ze zelf kunnen nadenken wat goed en niet goed is voor hen en hun kinderen.


Een druppel op een gloeiende plaat, maar die druppel, die is er dan toch maar.

Column van Marijke Folmer

Home